
Er is een generatie in Haiti, de generatie van rond de 50, waar ik enorme bewondering voor heb. De generatie die hun rug heeft gebroken in de tuinen en ander ongeschoold werk, alles om hun kinderen naar school te kunnen sturen en om ze op weg te helpen. Ze wilden een andere toekomst voor hun kinderen dan hun eigen leven. Nu zijn ze de ouders van volwassen kinderen maar voor een groot aantal van die generatie blijft de verantwoordelijkheid voor hun kinderen. De kinderen trouwen, vertrekken naar elders, zijn nog bezig om een universiteit af te maken, maar vaak blijft de verantwoording bij de ouders liggen. Het effect van de sociale en economische problematiek van Haiti. Ik noem ze de “pa janm fini-nooit klaar” ouders.
Elbert is 52 en heeft 3 dochters. De oudste is getrouwd en is met haar man naar de Dominicaanse Republiek gegaan. Af en toe is er contact en het leven illegaal, zonder papieren, is zwaar voor hen. Elbert heeft liever dat ze terugkomen want hier is er in ieder geval het vangnet van de familie. Zijn derde dochter zit op school maar heeft al 3 keer eindexamen gedaan en het lukt haar niet om te slagen. Tussen de examens in verblijft ze bij haar ouders. Het is niet dat ze een baan in de supermarkt of bij Burger King kan vinden hier. Zijn tweede dochter is 27 en woont in Port de Paix. Ze heeft een vriend maar Elbert is het niet eens met de relatie want er zijn sociale problemen binnen de relatie. De dochter doet wat ze wil en een aantal maanden is er geen contact. Totdat Elbert wordt gebeld. Zijn dochter ligt in het staatsziekenhuis na een miskraam met heftig bloedverlies. Haar vriend heeft haar naar het ziekenhuis gebracht maar na de eerste dag komt hij niet meer terug. Ze belt: ‘papa, haal me op, ik heb niemand’. En papa haalt haar op, betaalt de ziekenhuisopname en neemt haar mee naar huis. Door de bloedarmoede is zijn dochter opgezwollen, haar hart werkt niet goed. Haar vader brengt haar naar ons. Vanuit zijn werk in de tuin, bij zonsondergang, komt vader Elbert elke dag op bezoek. Hij schuift zijn machete onder het bed, eet van het eten dat zijn vrouw die dag in het ziekenhuis heeft gemaakt, neemt tijd voor een praatje met zijn dochter en gaat naar huis. De schapen en geiten wachten op hem voor water en zorg. Zijn dochter is na een aantal dagen genoeg opgeknapt om met vervolgafspraken naar huis te gaan. Haar vaders huis. Over de vriend wordt niet meer gesproken.
Wilson vertrekt naar de Dominicaanse republiek. Zijn moeder, weduwe, ziet met veel pijn in haar hart haar enige kind gaan. Maar ze hoopt, net als haar zoon, dat hij daar kan werken en dat het leven daar beter is dan hier. Zelf probeert ze met naaiwerk het hoofd boven water te houden. Af en toe is er contact. Wilson woont met anderen in een huis in Santo Domingo en heeft hapsnap werk. Op een dag belt een huisgenoot naar moeder. Hij heeft gezien dat Wilson als voetganger werd geraakt door een auto en voor dood op straat lag. Hij kon zelf niet blijven of helpen want hij had geen papieren. Moeder is gebroken. Haar enige zoon, dood op straat, niets dat ze kan doen. Ze begint een wake te regelen. Ook al kan ze hem niet begraven, ze kan voor hem rouwen. De dag voor de wake krijgt ze een telefoontje van een onbekende Haitiaanse man. Hij werkt in het ziekenhuis en haar zoon is daar opgenomen. Wilson was een aantal dagen niet in staat om te spreken door ernstig hoofdletsel. Eenmaal weer bij bewustzijn vroeg hij de man om zijn moeder te bellen. In plaats van de wake begint moeder het vervoer van Wilson terug naar huis te regelen. Tegen medisch advies ontslag, hulp van verschillende Haitianen in het ziekenhuis en de terugreis met behulp van een huisgenoot. Het is een enorm geregel en verzoek om gunsten, geld en barmhartigheid. Maar Wilson komt thuis. Zijn moeder komt met hem naar het ziekenhuis. Hij heeft hoofdletsel, letterlijk een deuk in zijn schedel, en grote hechtwonden op hoofd en lichaam. Hoe hij alles heeft doorstaan, een medisch wonder. We zorgen voor zijn wonden, geven advies ten aanzien van zijn hoofdletsel en bovenal luisteren we naar zijn moeder. Al haar zorgen, al haar moeilijkheden, alle hulp die ze kreeg, al het lenen van geld, het gaan van rouwen om de dood van haar zoon tot dat telefoontje vanuit het ziekenhuis, al het geregel, het is een indrukwekkend verhaal. Ze herhaalt het meerdere keren: ‘Hij leeft. Hij is bij me. Hij leeft’.
Nolene komt met haar dochter Chedna naar het ziekenhuis. Chedna heeft weeën maar is nooit eerder geweest voor zwangerschapscontrole. Ook komen ze zonder babykleertjes. Alleen een laken en een aantal handoeken. Tijdens de bevalling horen we het volledige verhaal. Chedna zit in Gonaives op school. Gonaives is zo’n 2-3 uur van ons vandaan maar de grote weg is gevaarlijk in verband met bende-problemen. Heen en weer reizen is moeilijk, ook als je de weg via het binnenland neemt. In augustus was Chedna naar Gonaives gegaan met een tante en was er alleen telefonisch contact. Goed contact, dacht Nolene. Tot de dag dat Chedna opeens op het erf stond. Met een grote buik. En dat was gisteren. Er werd veel gepraat, familie kwam erbij, meer gepraat, maar alles hield op toen Chedna weeën begon te krijgen. Paniek! En zo komen ze bij ons. En uiteindelijk maakte het niet uit hoe alles was gegaan, wat er was gebeurd en wat nog ongezegd is gebleven: Nolene is er voor haar dochter. En Chedna, ze heeft haar moeder hard nodig. We zoeken babykleertjes bij elkaar, plagen mini Nolene met haar maxi dochter Chedna (zie foto, het verschil in lengte), huffen en puffen samen en na een paar uur wordt een mooi meisje geboren. “En nu?” vraag ik Nolene als alles is afgerond. Ze kijkt op van de baby op haar schoot: ‘En nu heb ik een kleindochter’. Fini. Genoeg.



